Neutraliteit en de meidagen van 1940
Net als in de Eerste Wereldoorlog hoopte Nederland neutraal te blijven. Op 10 mei 1940 viel Duitsland echter zonder oorlogsverklaring binnen. Na vier dagen strijd, onder meer rond de Grebbeberg en bij de vliegvelden rond Den Haag, bombardeerden Duitse vliegtuigen op 14 mei de binnenstad van Rotterdam; daarbij kwamen ongeveer 800 mensen om en raakten tienduizenden dakloos. Toen Duitsland dreigde ook Utrecht te bombarderen, capituleerde het Nederlandse leger op 15 mei. In Zeeland werd nog enkele dagen doorgevochten. Koningin Wilhelmina en het kabinet waren op 13 mei naar Londen uitgeweken, van waaruit zij via Radio Oranje bleven spreken.
Bezetting en collaboratie
Hitler stelde een burgerlijk bestuur in onder de Oostenrijkse nazi Arthur Seyss-Inquart. Nederlandse ambtenaren bleven grotendeels aan het werk, wat het dagelijks leven aanvankelijk normaal deed lijken maar de bezetter ook hielp. De Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert was de enige toegestane politieke partij; tienduizenden Nederlanders werden lid en enkele tienduizenden meldden zich voor Duitse militaire dienst. Vanaf 1942 moesten honderdduizenden mannen in Duitsland werken in de Arbeitseinsatz.
De vervolging van de joden
De bezetter voerde stap voor stap maatregelen in: joodse ambtenaren werden ontslagen (1940), joden moesten zich laten registreren (1941), werden uitgesloten van scholen, parken en beroepen, en moesten vanaf mei 1942 een gele ster dragen. Vanaf juli 1942 werden zij via de kampen Westerbork en Vught gedeporteerd naar vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor. Van de ongeveer 140.000 joden in Nederland werden er ruim 100.000 vermoord — verhoudingsgewijs een van de hoogste percentages in West-Europa. Ook enkele honderden Sinti en Roma werden gedeporteerd. Het bekendste slachtoffer is Anne Frank, die met haar familie vanaf juli 1942 ondergedoken zat in het Achterhuis aan de Prinsengracht, in augustus 1944 werd verraden en begin 1945 in Bergen-Belsen overleed.
Verzet
Op 25 en 26 februari 1941 legden tienduizenden mensen in en rond Amsterdam het werk neer uit protest tegen de razzia’s op joodse mannen: de Februaristaking, het eerste grote openlijke protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa. In april–mei 1943 volgde een grote staking tegen de krijgsgevangenschap van oud-militairen. Het verzet omvatte illegale kranten (zoals Het Parool, Trouw en Vrij Nederland), hulp aan onderduikers via de Landelijke Organisatie (LO), vervalsing van persoonsbewijzen, sabotage en spionage. Naar schatting zaten op het hoogtepunt meer dan 300.000 mensen ondergedoken, onder wie ongeveer 25.000 tot 30.000 joden, van wie twee derde de oorlog overleefde.
Bevrijding van het zuiden en Market Garden
Na de geallieerde landing in Normandië bereikten Britse, Canadese, Amerikaanse en Poolse troepen in september 1944 het zuiden van Nederland; Maastricht werd als eerste stad bevrijd (14 september). Op 5 september — Dolle Dinsdag — vluchtten veel NSB’ers in paniek naar het oosten. De luchtlandingsoperatie Market Garden (17–25 september 1944) moest de bruggen over de grote rivieren veroveren, maar strandde bij Arnhem. De Slag om de Schelde (oktober–november 1944) opende de haven van Antwerpen voor de geallieerden.
De Hongerwinter
Op verzoek van de regering in Londen begon het spoorwegpersoneel op 17 september 1944 een staking om Market Garden te steunen. De bezetter reageerde met een voedselembargo voor het westen van het land. In combinatie met de strenge winter, het gebrek aan brandstof en de verwoeste infrastructuur leidde dat tot de Hongerwinter van 1944–1945, waarin in het westen naar schatting rond 20.000 mensen omkwamen. Mensen trokken op ‘hongertochten’ naar het platteland en aten zelfs bloembollen. Eind april 1945 brachten geallieerde voedseldroppings (operaties Manna en Chowhound) verlichting.
Bevrijding
In het voorjaar van 1945 bevrijdden vooral Canadese troepen het oosten en noorden. Op 4 mei capituleerden de Duitse troepen in Noordwest-Duitsland, Denemarken en Nederland bij Lüneburg; op 5 mei werden in Wageningen afspraken over de uitvoering gemaakt, die op 6 mei in Hotel De Wereld werden ondertekend. Daarom is 5 mei Bevrijdingsdag. Op 4 mei worden de slachtoffers herdacht. In totaal kwamen naar schatting ruim 200.000 Nederlanders in Europa om het leven door de oorlog, voor de helft joodse slachtoffers van de Holocaust.
Nederlands-Indië
Na de Japanse aanval op Pearl Harbor (december 1941) verklaarde Nederland Japan de oorlog. Japanse troepen veroverden Nederlands-Indië in het voorjaar van 1942; het KNIL capituleerde op 8 maart 1942. Ongeveer 100.000 Europese burgers werden in interneringskampen opgesloten, krijgsgevangenen moesten dwangarbeid verrichten, onder meer aan de Birma-spoorlijn, en honderdduizenden Indonesische dwangarbeiders (romusha) kwamen om. Voor Nederlands-Indië eindigde de oorlog pas met de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945; twee dagen later riepen Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit.
Nasleep
Na de bevrijding werden tienduizenden vermeende collaborateurs opgepakt; bijzondere rechtbanken velden vonnissen, en Mussert en enkele anderen werden geëxecuteerd. De terugkeer van joodse overlevenden werd vaak kil ontvangen. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD, opgericht 1945) en het werk van historici als Lou de Jong maakten van de bezetting een van de best onderzochte perioden van de Nederlandse geschiedenis. Voor het wereldwijde verloop van de oorlog zie Tweede Wereldoorlog.