De wereldgeschiedenis laat zich niet vangen in één verhaal. Culturen op verschillende continenten ontwikkelden zich in hun eigen tempo, met eigen schriften, godsdiensten, technologieën en politieke vormen. Toch werkt de westerse historiografie sinds de negentiende eeuw met een vertrouwde grove indeling: oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd en moderne tijd. Die indeling is ontstaan vanuit Europees perspectief en past niet naadloos op de geschiedenis van China, Afrika of de Amerika's. Als werkkader is ze niettemin bruikbaar, mits gebruikt met het besef dat ze constructie is, geen natuurwet.
De grote tijdperken
Oudheid
De eerste steden en rijken, de uitvinding van schrift, wetgeving en filosofie; de wereld van Mesopotamië, Egypte, het klassieke Griekenland en het Romeinse Rijk.
Middeleeuwen
Opkomst van de islam, Byzantijnse continuïteit, feodaal West-Europa, stedelijke herleving, kathedralen en de eerste universiteiten.
Vroegmoderne tijd
Renaissance en Reformatie, wereldwijde handelsnetwerken, wetenschappelijke revolutie, absolutisme en Verlichting.
Moderne tijd
Industrialisatie, nationalisme, imperialisme, wereldoorlogen, dekolonisatie, welvaartsstaat en digitale samenleving.
Waarom deze indeling?
De driedeling oudheid – middeleeuwen – moderne tijd gaat terug op humanisten uit de vijftiende en zestiende eeuw. Zij beschouwden hun eigen tijd als een herleving van de klassieke cultuur en noemden de periode ertussen — de millennium na de val van Rome — een tussentijd, een medium aevum. De term middeleeuwen begon als een waardeoordeel en kreeg pas later een neutralere betekenis. De vroegmoderne tijd werd nog later als apart tijdperk onderscheiden, omdat historici merkten dat veel kenmerken die we modern noemen — nationale staten, wereldhandel, de wetenschappelijke methode — tussen 1500 en 1800 zichtbaar werden, maar nog niet volgroeid.
Andere beschavingen kennen andere breukpunten. De Chinese geschiedenis wordt traditioneel geordend per dynastie: Qin, Han, Tang, Song, Ming, Qing. De islamitische wereld telt vanaf de hidjra, 622. Precolumbiaanse Amerika's, het Afrika buiten de handelsrivieren, Zuidoost-Azië en Oceanië hebben elk hun eigen chronologieën, en voor een groot deel van de geschiedenis geen of nauwelijks schriftelijke bronnen. De Europese indeling is daarom vooral leerzaam in combinatie met contrasten: wat gebeurde elders, op hetzelfde moment?
Rode draden door de eeuwen
Over de tijdperken heen keren een paar patronen terug. Het eerste is de samenhang tussen schrift, staat en belasting: wie wil regeren over mensen die hij niet kent, heeft administratie nodig, en administratie vraagt om schrift. Dat verklaart waarom zowel de tempelstaten van Sumerië als de bureaucratische keizerrijken van China en Rome vroeg investeerden in boekhouding en wetgeving.
Een tweede patroon is dat grote technologische omslagen — landbouw, ijzer, de zeilschepen met roer, de boekdrukkunst, de stoommachine, elektriciteit, het internet — steeds samenvallen met herordening van de samenleving: nieuwe klassen, andere steden, verschuivende machtsverhoudingen. Het derde is dat religie en ideologie nooit los staan van politieke orde: welke god of welk ideaal officieel wordt, is vrijwel altijd een kwestie van machtsvorming geweest.
Verder lezen op deze site
- Start bij het tijdperk dat je wilt verkennen: Oudheid, Middeleeuwen, Vroegmoderne tijd, Moderne tijd.
- Voor de geschiedenis van de Lage Landen: Nederlandse geschiedenis.
- Zie Over deze site voor de uitgangspunten van de redactie.