Maarten Luther

Duitse monnik en theoloog wiens kritiek op de aflaathandel in 1517 uitgroeide tot de Reformatie: een breuk in de westerse kerk die Europa voorgoed veranderde.

Leven:
10 november 1483 (Eisleben) – 18 februari 1546 (Eisleben)
Beroep:
augustijner monnik, hoogleraar theologie in Wittenberg
Bekendste werken:
95 stellingen (1517), de drie hervormingsgeschriften (1520), Duitse Bijbelvertaling (Nieuwe Testament 1522, volledige Bijbel 1534)

Jeugd en klooster

Martin Luther werd geboren in Eisleben in Saksen als zoon van een mijnondernemer. Zijn vader wilde dat hij rechten ging studeren, maar in 1505 trad hij in het klooster van de augustijner eremieten in Erfurt — volgens zijn eigen latere verhaal na een gelofte tijdens een zwaar onweer. Als monnik worstelde hij met de vraag hoe een zondig mens ooit rechtvaardig kon zijn voor God. In 1512 promoveerde hij in de theologie en werd hij hoogleraar Bijbeluitleg aan de jonge universiteit van Wittenberg.

Bij de studie van de brieven van Paulus kwam Luther tot de overtuiging die de kern van zijn theologie werd: de mens wordt niet door goede werken gerechtvaardigd, maar alleen door genade, ontvangen in geloof. Later werd dat samengevat in de formules sola gratia, sola fide en sola scriptura (alleen genade, alleen geloof, alleen de Schrift).

De 95 stellingen (1517)

De aanleiding voor het conflict was de aflaathandel. Een aflaat was een kwijtschelding van tijdelijke straffen voor zonden; in 1517 liet aartsbisschop Albrecht van Brandenburg-Mainz ze verkopen door de dominicaan Johann Tetzel, deels om de bouw van de Sint-Pieter in Rome te financieren. Op 31 oktober 1517 stuurde Luther aan Albrecht 95 Latijnse stellingen tegen het misbruik van aflaten. Of hij ze ook op de deur van de slotkerk in Wittenberg heeft gespijkerd, is onder historici omstreden; het verhaal is pas na zijn dood opgetekend. Dankzij de drukpers verspreidden de stellingen zich binnen enkele weken door Duitsland.

Breuk met Rome

Wat begon als een academisch dispuut, groeide snel uit tot een principieel conflict over het gezag van paus en concilies. Tijdens het dispuut in Leipzig (1519) met Johann Eck erkende Luther dat ook concilies konden dwalen. In 1520 schreef hij drie programmatische geschriften: over de hervorming van de christelijke stand (gericht aan de Duitse adel), over de ‘Babylonische gevangenschap’ van de kerk (de sacramenten) en over de vrijheid van een christenmens. Toen de paus hem met de bul Exsurge Domine excommunicatie aanzegde, verbrandde Luther die in december 1520 publiekelijk. In januari 1521 volgde de definitieve ban.

Rijksdag van Worms (1521)

Op de Rijksdag van Worms weigerde Luther in april 1521 tegenover keizer Karel V zijn geschriften te herroepen, tenzij hij met de Schrift of heldere argumenten werd weerlegd. De beroemde woorden ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’ komen pas in latere drukken voor en zijn waarschijnlijk niet letterlijk zo uitgesproken. Het Edict van Worms verklaarde hem vogelvrij, maar keurvorst Frederik de Wijze van Saksen liet hem ‘ontvoeren’ naar de Wartburg. Daar vertaalde Luther in enkele maanden het Nieuwe Testament in het Duits (verschenen in 1522), een vertaling die grote invloed had op de Duitse taal.

Boerenoorlog, huwelijk en kerkopbouw

In 1524–1525 kwamen boeren in Zuid- en Midden-Duitsland in opstand, mede met een beroep op de christelijke vrijheid. Luther keerde zich fel tegen hen en riep de vorsten op de opstand neer te slaan; tienduizenden boeren kwamen om. Zijn hervorming werd daarna steeds meer een zaak van vorsten en stadsbesturen. In 1525 trouwde hij met de voormalige non Katharina von Bora, met wie hij zes kinderen kreeg; het huwelijk van geestelijken werd een kenmerk van de protestantse kerken.

Luther schreef catechismussen, kerkliederen (zoals Ein feste Burg ist unser Gott) en een Duitse liturgie. Met zijn medewerker Philipp Melanchthon legde hij de basis voor de lutherse kerk; de Augsburgse Confessie (1530) werd haar belijdenis.

Luther, Zwingli en Calvijn

Luther was niet de enige hervormer. In Zürich voerde Huldrych Zwingli vanaf 1519 een eigen, radicalere hervorming door. Tijdens het godsdienstgesprek van Marburg (1529) bleken Luther en Zwingli het oneens over het avondmaal: Luther hield vast aan de werkelijke aanwezigheid van Christus in brood en wijn, Zwingli zag het als gedachtenismaal. Een generatie later werd Johannes Calvijn (1509–1564) in Genève de leider van de gereformeerde stroming, die in de Nederlanden, Schotland en Frankrijk veel invloed kreeg. Meer daarover op de pagina over de Reformatie.

Schaduwkanten

In zijn latere jaren schreef Luther felle pamfletten tegen de joden, met name Von den Juden und ihren Lügen (1543), waarin hij opriep synagogen te verbranden. Deze teksten werden in de twintigste eeuw door nazi’s gebruikt. De Evangelische Kirche in Deutschland heeft zich er uitdrukkelijk van gedistantieerd.

Betekenis

Luther overleed in 1546 in zijn geboorteplaats Eisleben. Negen jaar later legde de Godsdienstvrede van Augsburg (1555) vast dat iedere vorst in het Heilige Roomse Rijk de godsdienst van zijn gebied mocht kiezen tussen katholicisme en lutheranisme. De Reformatie veranderde niet alleen de kerk, maar ook onderwijs (iedereen moest de Bijbel kunnen lezen), taal, politiek en de verhouding tussen kerk en staat. In de Nederlanden werden in 1523 in Brussel de eerste aanhangers van Luther als ketters verbrand.