Jeugd en militaire opkomst
Napoleon werd geboren op Corsica, één jaar na de overdracht van het eiland van Genua aan Frankrijk. Zijn familie behoorde tot de lagere adel. Hij ging op beurs naar militaire scholen in Brienne en Parijs en werd in 1785 tot tweede luitenant bij de artillerie benoemd. De Franse Revolutie maakte snelle carrière mogelijk voor een competente, ambitieuze officier zonder machtige connecties. In 1793 voerde hij als 24-jarige kapitein de artillerie aan bij de herovering van Toulon op Britse en royalistische troepen — zijn eerste echte doorbraak. Daarna volgden commando's in Italië (1796–97), een campagne in Egypte en Palestina (1798–99) die militair gemengd uitviel maar zijn reputatie verder vergrootte, en in 1799 zijn terugkeer naar Parijs.
Consulaat en keizerschap
Op 9 november 1799 (18 brumaire van het jaar VIII) pleegde Napoleon met Sieyès en Ducos een staatsgreep die een einde maakte aan het Directoire. De nieuwe grondwet maakte hem eerste consul. In de daaropvolgende jaren consolideerde hij zijn macht via een reeks referenda, herstelde hij de betrekkingen met Rome via het Concordaat van 1801 en stelde hij een reeks commissies in die de Code civil voorbereidden. In 1804 liet hij zich tot keizer uitroepen en kroonde hij zichzelf in de Notre-Dame in aanwezigheid van paus Pius VII.
De Napoleontische oorlogen
Tussen 1803 en 1815 voerde Frankrijk vrijwel onafgebroken oorlog tegen wisselende coalities onder leiding van Groot-Brittannië, Oostenrijk, Pruisen en Rusland. De beroemdste overwinningen — Austerlitz (1805), Jena-Auerstedt (1806), Friedland (1807), Wagram (1809) — herschreven de Europese landkaart. Het Heilige Roomse Rijk werd in 1806 opgeheven en vervangen door de Rijnbond; broers, zwagers en generaals van Napoleon werden koning of hertog in Nederland, Westfalen, Napels, Spanje.
Twee keerpunten ondermijnden het rijk. De Peninsulaire Oorlog (1808–1814), waarin een volksopstand in Spanje samen met Britse en Portugese troepen de Franse legers uitputten, en de invasie van Rusland in 1812, waarbij een leger van ruim 600.000 man vrijwel volledig verloren ging tijdens en na de terugtocht uit Moskou. Een coalitie onder leiding van Pruisen, Oostenrijk, Rusland en Groot-Brittannië versloeg hem bij de Volkerenslag van Leipzig (1813), trok Parijs in (1814) en verbande hem naar Elba.
Honderd Dagen en Waterloo
In maart 1815 ontsnapte Napoleon, landde in Zuid-Frankrijk en trok zonder een schot naar Parijs. Lodewijk XVIII vluchtte. Drie maanden later, op 18 juni 1815, werd Napoleons leger bij Waterloo verslagen door een Brits-Nederlands-Duits leger onder Wellington en Blüchers Pruisen. Hij werd opnieuw afgezet en verbannen naar het afgelegen eiland Sint-Helena in de Zuidelijke Atlantische Oceaan, waar hij in 1821 overleed. Hedendaags onderzoek naar zijn stoffelijk overschot wijst in de richting van maagkanker als doodsoorzaak.
Hervormingen
Meer dan zijn militaire prestaties bepaalde de wetgeving van zijn jaren de langetermijninvloed van Napoleon. De Code civil van 1804 — nu nog de ruggengraat van het Franse privaatrecht en op veel plekken geadopteerd of gebruikt als voorbeeld (van België tot Louisiana en delen van Latijns-Amerika) — codificeerde burgerlijke gelijkheid, eigendomsrecht en huwelijk. Daarnaast kwamen er een Code de commerce, een Code pénal en een uniform belastingsysteem. Napoleon hervormde bestuur (prefecten in elk departement), onderwijs (de lycées), de centrale bank en het metriek stelsel werd verplicht. Tegelijk werd vrijheid van pers beperkt, werd de zogenoemde Code noir feitelijk heringevoerd in de koloniën (waar hij in 1802 de slavernij herstelde die de Revolutie had afgeschaft) en werd zijn politieapparaat onder Fouché een instrument van controle.
Gevolgen voor Nederland
Voor de Nederlanden waren de Napoleontische jaren diep ingrijpend. In 1795 was de Bataafse Republiek uitgeroepen in het spoor van Franse legers; van 1806 tot 1810 regeerde broer Lodewijk Napoleon als koning van Holland; daarna werd Nederland tot 1813 direct bij Frankrijk ingelijfd. In die jaren werden burgerlijke stand, kadaster, wetgeving en onderwijs op Franse leest geschoeid — infrastructuur die het latere Koninkrijk overnam.
Nalatenschap en historiografie
Het oordeel over Napoleon oscilleert tussen twee polen. Enerzijds: modernisator die de verworvenheden van de Revolutie — burgerlijke gelijkheid, afschaffing van feodale voorrechten, rechtszekerheid — in wetgeving omzette en Europa bureaucratisch naar de negentiende eeuw dwong. Anderzijds: militaire despoot wiens oorlogen honderdduizenden levens kostten en die de slavernij in de koloniën herstelde. Beide oordelen zijn historisch verdedigbaar. Moderne biografieën — Andrew Roberts, Philip Dwyer, Michael Broers — proberen die dubbelheid zichtbaar te laten in plaats van haar weg te schrijven.
Verwant
Voor het tijdperk waarbinnen Napoleon past zie Moderne tijd; voor de revolutie waar hij uit voortkwam Franse Revolutie; voor de Bataafse en Franse tijd in eigen land Nederlandse geschiedenis.