Herkomst en opvolging
Karel was de oudste zoon van Pepijn de Korte, die in 751 de laatste Merovingische koning afzette en zelf koning werd met steun van de paus. Bij Pepijns dood in 768 erfden Karel en zijn broer Karloman het rijk samen; na Karlomans plotselinge dood in 771 stond Karel alleen. De Frankische elite had rondom de geallieerde families Karolingen en Pippiniden een eigen hof- en legerstructuur, met de zogenoemde hofmeier als sleutelpositie die uiteindelijk tot koningschap uitgroeide.
Veldtochten en rijk
Ruim veertig jaar lang voerde Karel vrijwel jaarlijks oorlog. De belangrijkste conflicten zijn:
- De Saksenoorlogen (772–804). Een reeks veldtochten tegen de Saksische stammen in Noord- en Midden-Duitsland, met gedwongen bekering en, in 782, de beruchte executie van volgens de Annales regni Francorum 4500 Saksen bij Verden — een incident dat ook in antieke normen buitensporig was.
- De onderwerping van het Longobardische koninkrijk in Noord-Italië (773–774), waarna Karel zich koning der Longobarden mocht noemen.
- De Spaanse Mars. Een veldtocht tegen Al-Andalus in 778 eindigde in de terugtocht via de Pyreneeën, waar de achterhoede onder Roeland werd aangevallen — de historische kern van het latere Roelantslied.
- Gevechten met Avaren in het Karpatenbekken (791–796), die de Avaarse staat deden verdwijnen.
- Relaties met het Byzantijnse Rijk, het kalifaat van Harun al-Rashid (dat hem volgens de Annales een olifant schonk, Abul-Abbas) en de Angelsaksische koningen in Britannia.
Rond 800 strekte het Karolingische rijk zich uit over het huidige Frankrijk, België, Nederland ten zuiden van de Waal, Luxemburg, een groot deel van Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Noord- en Midden-Italië.
De kroning in 800
Op kerstdag 800 werd Karel in de Sint-Pieter in Rome door paus Leo III tot keizer gekroond. Zijn biograaf Einhard zegt dat het hem onaangenaam verraste; moderne historici achten dat hoogst onwaarschijnlijk — een kroning was politiek te groot om door de paus alleen te regelen. De titel werd door Byzantium pas in 812 half-erkend, tegen prijsgave van Venetië en Dalmatië. In feite ontstond hiermee in het westen een tweede, concurrerende keizerstraditie naast Constantinopel.
Bestuur
Karels rijk werd bestuurd door graven (comites) in gouwen en markgraven langs de grenzen. Hij liet door rondreizende missi dominici — steeds één lekenambtenaar en één geestelijke — toezien op recht en belasting. Via capitularia, koninklijke verordeningen, werd wetgeving uitgevaardigd over uiteenlopende onderwerpen: munten, markten, liturgie, rechtspraak. Van diezelfde capitularia leiden we veel van onze kennis af over hoe de samenleving praktisch functioneerde.
Karolingische renaissance
Karel haalde geleerden uit heel Europa naar zijn hofschool in Aken: Alcuin uit York, Theodulf uit Spanje, Paulus Diaconus uit Lombardije. Zij hervormden de geestelijkheid, bevorderden kloosterscholen, standaardiseerden de liturgie (Romana cantilena) en ontwikkelden een helder schrift — de Karolingische minuscuul — dat de basis werd van onze moderne kleine letters. Handschriften van antieke auteurs werden systematisch overgeschreven; veel van wat wij nu aan Latijnse literatuur hebben, bewaarden deze scriptoria.
Leven aan het hof
Einhard beschreef Karel als een lange man met heldere ogen, een lichte neiging tot overgewicht en een bijzondere voorkeur voor warme baden. Hij zou pas laat op leeftijd echt hebben kunnen lezen en nooit goed hebben leren schrijven — een detail dat vaak wordt aangehaald om de grote afstand te illustreren tussen politieke macht en geletterdheid in deze tijd. Niettemin beschikte hij over een omvangrijke bibliotheek, liet hij werken voorlezen aan tafel en sprak hij volgens tijdgenoten vloeiend Latijn naast zijn Frankische moedertaal. Hij had meerdere opeenvolgende echtgenotes en een groot aantal kinderen; de organisatie van troonopvolging via zijn zoons behoorde al tijdens zijn leven tot de complexe hofpolitiek.
Nalatenschap
Het rijk viel al één generatie na Karels dood uiteen. Zijn enige overlevende zoon Lodewijk de Vrome erfde het geheel, maar diens eigen zoons verdeelden het in 843 bij het Verdrag van Verdun in drie delen — West-Francië, Oost-Francië en een Midden-Rijk. Uit die verdeling zijn uiteindelijk de contouren van het middeleeuwse Frankrijk, Duitsland en de Lage Landen voortgekomen.
Symbolisch werd Karel onmisbaar. Het middeleeuwse Heilige Roomse Rijk beschouwde zich als zijn voortzetting; latere vorsten — van Otto III tot Napoleon — grepen naar zijn beeld. In Aken werd hij in 1165 door antipaus Paschalis III heilig verklaard (de Rooms-Katholieke Kerk tolereert de verering lokaal zonder formele bevestiging). De EU reikt sinds 1950 de Karlspreis uit, die zich uitdrukkelijk op hem beroept als symbool van Europese eenheid — een voorstelling waaraan veel hedendaagse historici relativerend aan toevoegen dat Karel in eerste plaats krijgsheer en Frankisch vorst was, niet Europeaan in moderne zin.
Verwant
Karel staat centraal in de overgang van vroege naar volle middeleeuwen: zie Middeleeuwen. Voor de volkeren en gebieden in het Noorden zie ook Nederlandse geschiedenis; voor de kerkelijke context zie Val van het West-Romeinse Rijk, die de condities schiep waarin de Franken konden opkomen.